Intralipid 10

Anonim

Intralipid® 10% (10% IV-vetemulsie)
In Excel® Containe r

BESCHRIJVING

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) (10% INTRAVENEUZE VETEMULSIE) IS EEN STERIELE, NIET-PYROGENISCHE VETEMULSIE BEREID VOOR INTRAVENEUZE TOEDIENING ALS BRON VAN CALORIEËN EN ESSENTIËLE VETZUREN. HET BESTAAT UIT 10% SOJABOOL, 1, 2% EGGOLIE PHOSFOLIPIDS, 2, 25% GLYCERINE EN WATER VOOR INJECTIE. BOVENDIEN IS NATRIUMHYDROXIDE TOEGEVOEGD OM DE PH AAN TE PASSEN, ZODAT DE FINAL PRODUCT PH IS 8. PH-BEREIK IS 6 TOT 8.9.

DE SOJABOOLOLIE IS EEN GERAFFINEERD NATUURPRODUKT DAT BESTAAT UIT EEN MENGSEL VAN NEUTRALE TRIGLYCERIDEN VAN VOORTDURENDE ONVERZADIGDE VETZUREN MET DE VOLGENDE STRUCTUUR:

- ZIJN VERZADIGDE EN ONVERZADIGDE VETZUUR RESIDUEN.

DE BELANGRIJKSTE COMPONENTEN VETZUREN ZIJN LINOLEISCH (44-62%), OLEIK (19-30%), PALMITISCH (7-14%), LINOLENISCH (4-11%) EN STEARIC (1, 4-5, 5%) 1. DEZE VETZUREN HEBBEN DE VOLGENDE CHEMISCHE EN STRUCTURELE FORMULES:

GEZUIVERD EI FOSFATIDEN ZIJN EEN MENGSEL VAN NATUURLIJKE ZELFDE FOSFOLIPIDEN DIE GEÏSOLEERD ZIJN VAN DE EI YOLK. DEZE FOSFOLIPIDEN HEBBEN DE VOLGENDE ALGEMENE STRUCTUUR:

-CONTROLEERDE VERZADIGDE EN ONVERZADIGDE VETZUREN DIE VERZAMELEN IN NEUTRAAL VETTEN. R3 PRIMAIR, OFWEL DE CHOLINE OF DE ETHANOLAMINEESTER VAN FOSFORZUUR.

GLYCERIN IS CHEMISCH AANGEWEZEN C3H8O3 EN IS EEN DUIDELIJKE KLEURLOZE, WATERAANTREKKENDE NATUURLIJKE ROVEDOOS. HET HEEFT DE VOLGENDE STRUCTURELE FORMULE:

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) (A 10% INTRAVENEUZE VETEMULSIE) HEEFT EEN OSMOLALITEIT VAN ONGEVEER 300 MOSMOL / KG WATER (DIE 260 MOSMOL / LITER VAN EMULSIE VERTEGENWOORDIGT) EN BEVAT GEËXULEERDE VETDE DEELTJES VAN ONGEVEER 0, 5 MICROGROOTTE.

DE TOTALE CALORIEKE WAARDE, INCLUSIEF VET, FOSFOLIPIDE EN GLYCERINE, IS 1, 1 KCAL PER ML VAN INTRALIPID 10% (10% iv-vetemulsie). DE FOSFOLIPIDEN DIENEN BIJDRAGEN 47 MILLIGRAMMEN OF ONGEVEER 1, 5 MMOL VAN PHOSPHORUS PER 100 ML, VAN DE EMULSIE.

DE PRIMAIRE CONTAINER WORDT VERVAARDIGD UIT EXCEL®FILM, EEN POLYPROPYLEEN GEBASEERD MATERIAAL DAT IS BESTEMD VAN DRIE CO-UITGETROKKEN LAGEN.

DE KUNSTSTOFCONTAINER IS GEMAAKT VAN MEERLIJDENDE FILM, SPECIAAL ONTWORPEN VOOR PARENTERALE DRUGS. HET BEVAT GEEN PLASTICIZERS EN TENTOONSTELLINGEN VIRTUELE GEEN LABELOPLOSSINGEN. DE OPLOSSING CONTACTLAAG IS EEN RUBBERISERDE COPOLYMEER VAN ETHYLEEN EN PROPYLEEN. DE CONTAINER IS NIETTOXIC EN BIOLOGISCH IN DIERVOEDER. DE CONTAINEROPLOSSINGSUNIT IS EEN GESLOTEN SYSTEEM EN IS NIET AFHANKELIJK VAN DE TOEGANG VAN DE EXTERNE LUCHT TIJDENS DE TOEDIENING. DE CONTAINER IS OVERBELAST OM BESCHERMING TE BIEDEN VAN DE FYSIEKE OMGEVING EN OM EEN NODIG VOCHTBALK TE VERLENEN INDIEN NODIG.

1. PADLEY FB: & LDQUO; GROTE PLANTAARDIGE VETTEN, & LDQUO; HET LIPID-HANDBOEK (GUNSTONE FD, HARWOOD JL, PADLEY FB, EDS.), CHAPMAN EN HALL LTD., CAMBRIDGE, UK (1986), PP. 88-9.

INDICATIES

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) WORDT AANGEGEVEN ALS BRON VAN CALORIEËN EN WEZENLIJKE VETZUREN VOOR PATIENTEN DIE VOOR LANGDURIGE TIJDEN EEN PARENTERALE VOEDING VEREISEN (GEBRUIKSDUUR VOOR MEER DAN 5 DAGEN) EN ALS BRON VAN ESSENTIËLE VETZUREN VOOR PREVENTIE VAN EFAD.

DOSERING EN ADMINISTRATIE

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) MOET WORDEN BEHEERD ALS EEN DEEL VAN INTRAVENEUZE VOEDING VIA PERIFHERALE VEE OF CENTRALE VENEUZE INFUSIE.

VOLWASSEN PATIËNTEN

HET AANVANKELIJKE TARIEF VAN INFUSIE BIJ VOLWASSENEN MOET VOOR DE EERSTE 15 TOT 30 MINUTEN VAN INFUSIE 1 ML / MINUTE bedragen. ALS ER GEEN ONONDERBROKEN REACTIES VOORKOMEN (ZIE DE ZELFSTANDIGE REACTIES SECTIE), KAN HET INFUSIESNELHEID WORDEN VERHOOGD TOT 2 ML / MINUUT. NIET MEER DAN 500 ML INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) (A 10% INTRAVENEUZE VETEMULSIE) MOET OP DE EERSTE DAG VAN DE THERAPIE IN VOLWASSENEN INFUSEN. ALS DE PATIËNT GEEN ONBEWIJZE REACTIES HEEFT, KAN DE DOSIS OP DE VOLGENDE DAG WORDEN VERHOOGD. DE DAGELIJKSE DOSIS DIENT NIET MEER DAN 2, 5 G VET / KG LICHAAMGEWICHT (25 ML INTRALIPID® 10% PER KG) TE ZIJN. INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) MOET NIET MEER DAN 60% VAN DE TOTALE CALORISCHE INGANG VOOR DE PATIËNT VOORBEREIDEN. KOOLHYDRATEN EN EEN BRON VAN AMINOZUREN MOETEN DE RESTERENDE CALORISCHE INGANG ZIJN.

$config[ads_text5] not found

PEDIATRISCHE PATIËNTEN

DE DOSERING VOOR VOORLOPIGE ZUIGELINGEN BEGINT 0, 5 G VET / KG LICHAAMGEWICHT / 24 UUR (5 ML INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie)) EN KAN WORDEN VERHOOGD TEN OPZICHTE VAN DE ZUIGHEID VAN DE INFANT OM VET TE VERMIJDEN. DE MAXIMALE DOSERING AANBEVOLEN DOOR DE AMERICAN ACADEMY OF PEDIATRICS IS 3 G FAT / KG / 24 UREN 3 . HET AANVANKELIJKE INFUSIESNEL IN OUDERE PEDIATRISCHE PATIËNTEN MOET NIET MEER DAN 0, 1 ML / MINUTEN ZIJN VOOR DE EERSTE 10 TOT EN MET 15 MINUTEN. INDIEN ER GEEN ONONDERBROKEN REACTIES VOORKOMEN, KAN HET TARIEF WORDEN VERANDERD OM INFUSIE VAN 1 ML INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) / KG / HOUR TOEGELATEN. DE DAGELIJKSE DOSERING DIENT NIET MEER TE ZIJN DAN 3 G VET / KG LICHAAMSGEWICHT3. INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) MOET NIET MEER DAN 60% VAN DE TOTALE CALORISCHE INGANG VOOR DE PATIËNT VOORBEREIDEN. KOOLHYDRATEN EN EEN BRON VAN AMINOZUREN MOETEN DE RESTERENDE CALORISCHE INGANG ZIJN.

ESSENTIËLE ZIEKTEGEVAARLIJKE VETZUREN

WANNEER INTRALIPID® 10% (A 10% IV VETEMULSIE) WORDT BEHEERD OM JUISTE WEZENLIJKE VETZUURTECHNIEKEN TE CORRIGEREN, MOET ACHT TOT TEN PERCENT VAN DE CALORISCHE INGANG DOOR INTRALIPID® 10% (10% IV VETE EMULSIE) WORDEN GELEVERD OM TE VOLDOEN AAN VEREISTE BEDRAGEN VAN LINOLEISCHE EN LINOOLZUREN. WANNEER EFAD SAMEN MET STRESS SAMENKOMT, KAN HET BEDRAG VAN INTRALIPID® 10% WORDEN VERHOOGD OM DE GEBREKEN TE VERBETEREN.

ADMINISTRATIE

ZIE MENG RICHTLIJNEN EN BEPERKINGEN SECTIE VOOR INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET MENGEN VAN DEZE VETEMULS MET ANDERE PARENTERALE VLOEISTOFFEN.

$config[ads_text6] not found

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) KAN IN DEZELFDE CENTRALE OF RANDAPPARATUUR WORDEN GEÏNFUSIEERD ALS KOOLHYDRATISCHE / AMINOZUUROPLOSSINGEN DOOR MIDDEL VAN EEN Y-CONNECTOR IN DE BUURT VAN DE INFUSIESITE. DIT KAN HET ONMIDDELLIJK VERMENGEN VAN DE EMULSIE VOORDAT U DE VEIN GAAT GEBRUIKEN OF ALTERNATIEVE VLOEISTOF VERVANGEN. ALS INFUSIEPOMPEN WORDEN GEBRUIKT, MOET DE STROMINGSKOERS VAN ELKE PARENTERALE VLOEISTOF WORDEN GECONTROLEERD MET EEN AFZONDERLIJKE POMP. VETEMULSIE KAN OOK INGEZET WORDEN VIA EEN AFZONDERLIJKE PERIFERE SITE. FILTERS VAN MINDER DAN 1.2 MICRON PORE SIZE MOGEN NIET WORDEN GEBRUIKT MET 10% INTRALIPID® (10% iv-vetemulsie).

CONVENTIONELE ADMINISTRATIESETS EN TPN POOLTASSEN BEVATTEN POLYVINYLCHLORIDE (PVC) COMPONENTEN DIE DEHP (DIETHYL HEXYLFHTALAAT) ALS PLASTICIZER BEVATTEN. FAT-HOUDENDE VLOEISTOFFEN ZOALS INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) EXTRACT DEHP UIT DEZE PVC-ONDERDELEN EN HET IS MOGELIJK OM INFUSIE VAN INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) IN AANMERKING TE NEMEN VIA EEN NIET-DEHP-ADMINISTRATIESET .

GEBRUIK GEEN ZAKKEN WAARIN HET BLOOTSTELLEN VAN DE EMULSIE OOK BLIJFT. PARENTERALE DRUGPRODUCTEN MOETEN VISUEEL WORDEN GEÏNSPECTEERD OP DEELNAME EN DISCOLORATIE VOORAFGAAND AAN DE TOEDIENING, WANNEER OPLOSSING EN CONTAINERS ZIJN TOEGESTAAN.

RICHTLIJNEN EN BEPERKINGEN VOOR HET MENGEN

ONDERZOEKEN ZIJN UITGEVOERD DIE DE COMPATIBILITEIT VAN INTRALIPID® 10% WIJZIGEN INDIEN JUIST GEMENGD MET NOVAMINE® OF 8, 5% TRAVASOL® OF 10% TRAVASOL® AMINOZUURINJECTIES ZONDER ELEKTROLYTEN VOOR GEBRUIK IN TPN-THERAPIE. DE VOLGENDE JUISTE MENINGSQUENTIE MOET GEVOLGD WORDEN OM PH-GERELATEERDE PROBLEMEN TE MINIMALISEREN DOOR TE VOORKOMEN DAT TYPISCH ACIDISCHE DEXTROSE-INJECTIES ALLEEN GEMENGD WORDEN MET LIPIDE EMULSIES:

  1. DEXTROSE-INJECTIE OVERBRENGEN NAAR DE TPN ADMIXTUURCONTAINER
  2. OVERDRACHT AMINOZUUR INJECTIE
  3. TRANSFER INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) (A 10% INTRAVENEUZE VETEMULSIE)

OPMERKING: AMINOZUUR-INJECTIE, DEXTROSE-INJECTIE EN INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) KUNNEN GELIJKTIJDIG WORDEN OVERGEDRAGEN IN DE ADMATRONCONTAINER. ADMIXING MOET WORDEN GEVOEGD DOOR GENTLE AGITATION OM GEKLOCALISEERDE CONCENTRATIE-EFFECTEN TE VOORKOMEN.

DEZE ADEMATEN MOETEN ONMIDDELLIJK MET OPSLAG ONDER KOELING (2-8 ° C) WORDEN GEBRUIKT, NIET MEER DAN 24 UUR EN MOET VOLLEDIG GEBRUIKT WORDEN BINNEN 24 UUR NA TE VERWIJDEREN VAN KOELING.

HET IS ESSENTIEEL DAT DE ADMIXTUUR BEREID WORDT MET BEHULP VAN STRIKTE ASEPTISCHE TECHNIEKEN, OMDAT DIT TOEGEVOEGDE NUTRIENTENMENGSEL EEN GOED GROEI MIDDEL IS VOOR MICRO-ORGANISMEN.

ANDERE ADDITIEVEN DAN DIE HIERBOVEN GENOEMD, KUNNEN ONVERENIGBAAR ZIJN. VOLLEDIGE INFORMATIE IS NIET BESCHIKBAAR. DE TOEGEVOEGDE ADDITIEVEN DIE ONVERENIGBAAR ZIJN, MOGEN NIET WORDEN GEBRUIKT. RAADPLEEG BIJ DE APOTHEKER, INDIEN BESCHIKBAAR. INDIEN IN HET GEÏNFORMEERDE ARREST VAN DE ARTS ADVISABLE WORDT GEACHT ADDITIEVEN TE GEBRUIKEN, GEBRUIK TE MAKEN VAN ASEPTISCHE TECHNIEKEN. MIX GRONDIG WANNEER ADDITIEVEN ZIJN INGEVOERD. PLAATS GEEN OPLOSSINGEN DIE ADDITIEVEN BEVATTEN (BIJV. VITAMINEN EN MINERALEN). ADDITIEVEN MOGEN NIET RECHTSTREEKS AAN INTRALIPID® 10% WORDEN TOEGEVOEGD EN IN GEEN GEVAL MOET INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) EERST AAN DE TPN-CONTAINER WORDEN TOEGEVOEGD. ZAKKEN MOETEN ZACHT NA ELKE AANVULLING ZIJN OM GEKLOCALISEERDE CONCENTRATIE TE MINIMALISEREN.

AANVULLENDE ELEKTROLYTES, SPACE METALEN OF MULTIVITAMINEN KUNNEN VEREIST WORDEN OVEREENKOMSTIG DE VOORSCHRIFTEN VAN DE AANWIJZENDE ARTS.

DE EERSTE DESTABILISATOREN VAN EMULSIES ZIJN OVERTREKSIG ZUUR (LAGE PH) EN ONGEPAST ELEKTROLYTEGEHALTE. VOORZICHTIG MOET WORDEN GEHOUDEN AAN TOEVOEGINGEN VAN DIVALENTE CATATIES (CA ++ EN MG ++) DIE WERDEN GETOOND OM EMULSIE INSTABILITEIT TE VEROORZAKEN. AMINOZUUROPLOSSINGEN BEWIJZEN EEN BUFFERENDE EFFECT DE EMULSIE BESCHERMEN.

DE ADMINRICHTING MOET ZORGVULDIG WORDEN GEINSPECTEERD VOOR & LDQUO; BREKEN OF OLIËRVULLEN & LDQUO; VAN DE EMULSIE. & LDQUO; BREKEN OF OLIËREN UIT & RDQUO; IS BESCHREVEN ALS DE AFSCHEIDING VAN DE EMULSIE EN KAN ZICHTBAAR GEÏDENTIFICEERD ZIJN DOOR EEN GELE STRAAL OF DE BERGING VAN DE GELE DROPLETTEN IN DE GELASTE EMULSIE. DE ADMIXTUUR MOET OOK WORDEN ONDERZOCHT VOOR DEELTJES. HET ADAMIXTURE MOET WORDEN AFGEWEZEN INDIEN EEN VAN DE BOVENSTAANDE OPMERKINGEN WORDT OPGENOMEN.

Gebruiksaanwijzing - Intralipid® 10% (10% iv-vetemulsie) Container

1. De integriteitsindicator (Oxalert ™) A moet worden geïnspecteerd voordat de buitenverpakking wordt verwijderd.
Als de indicator zwart is, is de buitenzak beschadigd en moet het product worden weggegooid.

2. Verwijder de buitenverpakking door deze bij de inkeping te scheuren en langs de container naar beneden te trekken. Het Oxalert ™ -sachet A en de zuurstofabsorbeerder B moeten worden weggegooid.

3. Verwijder de ophangring van de setpoortafdekking met duim en wijsvinger en trek deze omhoog.

4. Gebruik een niet-geventileerde infusieset of sluit de ontluchter op een ontluchtingsset. Volg de instructies voor gebruik voor de infusieset. Gebruik een spike volgens ISO 8536-4, diameter 5, 6 ± 0, 1 mm.

5. De zak moet met de bakboord omhoog staan ​​wanneer de infusieset is bevestigd. Steek de spijker recht in de ingestelde poort. Draai en duw de spike door het diafragma.
Spike tas niet terwijl de tas aan de infuusstandaard hangt.

6. De stap van de spike (weergegeven door de pijl) mag niet in de poort worden geplaatst.

7. Om de zak op te hangen, draait u de hanger om en plaatst u de hanger door de inkeping van de container.

HOE GELEVERD

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) WORDT ALS STERIELE EMULSIE GELEVERD IN DE VOLGENDE VERVANGSMATEN: 100 ML, 250 ML EN 500 ML.

100 ML: 0338-0518-48
250 ML: 0338-0518-02
500 ML: 0338-0518-03

OPSLAG

INTRALIPID® 10% (10% iv vetemulsie) MAG NIET WORDEN OPGESLAGEN BOVEN 25 ° C (77 ° F). NIET INVRIEZEN INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie). INDIEN ONGEVALLEN BEVROREN, DE ZAK VERWIJDEREN.

3. AMERIKAANSE ACADEMIE VAN PEDIATRIE: GEBRUIK VAN INTRAVENEUZE VETEMULSIE IN PEDIATRISCHE PATIËNTEN. PEDIATRICS 1981; 68: 5 (NOV) 738-43.

(Rev juni 2006) Gefabriceerd voor Baxter Healthcare Corporation Clintec Nutrition Division Deerfield, IL 60015 VS Gefabriceerd door Fresenius Kabi, Uppsala, Zweden. Intralipid® is een geregistreerd handelsmerk van Fresenius Kabi AB. Novamine® is een gedeponeerd handelsmerk van Fresenius Kabi AB. Travasol® is een gedeponeerd handelsmerk van Baxter Healthcare Corporation.
FDA rev-datum: 24-4-2007

BIJWERKINGEN

DE NEGEERDE REACTIES DIE ZIJN OPGENOMEN KUNNEN IN TWEE KLASSEN GESCHEIDEN WORDEN:

  1. DIE MEER MEER OVERTUIGDEN ZIJN GEWORDEN: OF HET DE BESMETTING VAN DE INTRAVENEUZE KATHETER IS EN HET RESULTAAT IN SEPSIS OF DE IRRITATIE VAN DE HUID DOOR CONCURRENT GEÏNFECTIONEERDE HYPERTONISCHE OPLOSSINGEN EN KAN RESULTEREN IN THROMBOPHLEBITIS. DEZE ONGEVALLEN REACTIES ZIJN ONSEPARABEL VAN DE HYPER-ALIMENTATIEPROCEDURE MET OF ZONDER INTRALIPID® 10% (A 10% IV VETEMULSIE).
  2. MINDER FREQUENTE REACTIES MEER RECHTSTREEKS BETREKKING HEBBENDE OP INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) ZIJN: A) ONMIDDELLIJKE OF VROEGE BIJWERKINGEN, ELK WAARVAN ZELFS IS GERAPPORTEERD OM TE ZITTEN IN KLINISCH PROEVEN, BIJ EEN INCIDENTIE VAN MINDER DAN 1%; DYSPNEA, CYAZOSE, ALLERGISCHE REACTIES, HYPERLIPEMIE, HYPERCOAGULABILITY, NAUSEA, BEGELEIDING, HOOFDPIJN, FLUSH ING, TIJDENSVERHOGING, ZWANGERSCHAP, SLAAPZAAMHEID, PIJN IN DE BORST EN RUG, LICHTE DRUK OVER DE OGEN, DIZIGHEID EN IRRITATIE OP DE PLAATS VAN INFUSIE EN, ZEER, THROMBOCYTOPENIË IN NEONATEN; B) UITGESTELDE BIJWERKINGEN ZOALS HEPATOMEGALY, JAUNDICE ALS GEVOLG VAN CENTRALE LOBULAIRE CHOLESTASIS, SPLENOMEGALY, THROMBOCYTOPENIA, LEUKOPENIA, TRANSE VERHOGINGEN VAN LEVERFUNCTIONETESTS EN OVERBELADING VAN SYNDROOM (FOCALE SEIZUREN, KOORTS, LEUKOCYTOSE, HEPATOMEGALY, SPLENOMEGALY EN SHOCK).

DE AFPOSITIE VAN EEN BRUINE PIGMENTATIE IN HET RETICULOEN-DOTHELIALE SYSTEEM, HET DERGELIJKE & LDQUO; INTRAVENEUZE VETPIGMENT, & RDQUO; IS GERAPPORTEERD BIJ PATIËNTEN DIE INFUSIEERD ZIJN MET INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie). DE OORZAKEN EN BETEKENIS VAN DIT FENOMEEN ZIJN ONBEKEND.

DRUGS INTERACTIES

Geen informatie verstrekt.

WAARSCHUWINGEN

DEATHS IN PRETERM INFANTS NA INFUSIE VAN INTRAVENEUZE VETEMULSIE ZIJN GERAPPORTEERD IN DE MEDISCHE LITERATUUR. 2 AUTOPSY BEVINDINGEN OMVATTEN INTRAVASCULAIRE VETACUMUMULATIE IN DE LUNGS. BEHANDELING VAN VOORTIJDIG EN WEINIG GEBOORTEGEWICHT BANVISSEN MET INTRAVENEUZE VETEMULSIE MOET GEBASEERD ZIJN OP ZORGVULDIG VOORDELENRISICOBEOORDELING.

STRENGE AANSLAG OP DE AANBEVOLEN TOTALE DAGELIJKSE DOSIS IS VERPLICHT; UURLIJKE INFUSIESNELHEID ZOU IN ELK GEVAL ZO LANG MOGELIJK MOETEN ZIJN EN VET MAG IN ELK GEVAL NIET MEER DAN 1 G VET / KG IN VIER UREN BEDRAGEN. VOORTIJDIG EN KLEIN VOOR DE DAGELIJKSE LEEFTIJD ZIJN ZUIGELARTSEN SLECHTS OPLOSSING VOOR INTRAVENEUZE VETEMULSIE EN VERHOGING VAN GRATIS VETZUREN VAN PLASMA-NIVEAUS NA FATEMULSIE-INFUSIE; ER DIENT DUS EEN ERNSTIGE OVERWEGING TE WORDEN GEGEVEN AAN DE ADMINISTRATIE VAN DE MAXIMAAL AANBEVOLEN DOSES IN DEZE PATIËNTEN OM DE WAARSCHIJNLIJKHEID VAN INTRAVENEUZE VET OVERBELASTING TE VERMINDEREN. DE ZUIGHEID VAN DE ZUIGER OM HET GEÏNTULEERDE VET UIT DE CIRCULATIE TE ELIMINEREN MOET ZORGVULDIG WORDEN GECONTROLEERD (ZOALS SERUMTRIGLYCERIDEN EN / OF PLASMA FREE VETZUURSTANDAANHALEN). THE.LIPEMIA MOET DUIDELIJK WORDEN GEMAAKT TUSSEN DAGELIJKSE INFUSIES.

VOORZICHTIG MOET WORDEN UITGEOEFEND IN DE TOEDIENING VAN INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) (A 10% INTRAVENEUZE VETEMULSIE) AAN PATIËNTEN MET ZWARE LEVERSSCHADE, PULMONALE ZIEKTE, ANEMIA OF BLOEDCOAGULATIESTOORNISSEN OF WANNEER ER GEVAAR VOOR VET EMBOLISME IS.

WAARSCHUWING : DIT PRODUCT BEVAT ALUMINIUM DAT KAN GIFTIG ZIJN. ALUMINIUM KAN GIFTIGE NIVEAUS BEREIKEN MET LANGDURIGE PARENTERALE ADMINISTRATIE ALS DE NIERFUNCTIE VERMINDERD IS. VOORAFGAANDE NEONATEN ZIJN IN HET BIJZONDER RISICO, OMDAT HUN NIEREN ONMIDDELLIJK ZIJN EN ZIJ GROTE HOEVEELHEDEN CALCIUM- EN FOSFAATOPLOSSINGEN VERLENEN, DIE ALUMINIUM BEVATTEN.

ONDERZOEK GEEFT AAN DAT PATIËNTEN MET EEN VERVALSDE NIERFUNCTIE, MET INBEGRIP VAN VOORNAAMSTE NEONATEN, DIE PARENTERALE NIVEAUS VAN ALUMINIUM KRIJGEN TOT MEER DAN 4 TOT 5 MCG / KG / DAG ACCUMULAAT ALUMINIUM OP NIVEAUS DIE VERBONDEN ZIJN MET MIDDEN ZENUWSTELSEL EN BEENGIFTE. WEEFSELLADING KAN VOORZIEN IN EEN ZELFS LAGERE ADMINISTRATIELIJKHEIDSDUUR.

VOORZORGSMAATREGELEN

WANNEER INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) WORDT TOEGELATEN, MOET DE MOGELIJKHEID VAN DE PATIËNTEN OM HET GEÏNFUSEERDE VET UIT DE CIRCULATIE TE ELIMINEREN, WORDEN OPGELOST DOOR HET GEBRUIK VAN EEN PASSENDE LABORATORIUMBEPALING VAN SERUMTRIGLYCERIDEN. OVERDOSIS MOET WORDEN VERMEDEN.

TIJDENS LANGDURIGE INTRAVENEUZE VOEDING MET 10% INTRALIPID® (10% iv-vetemulsie) MOETEN DE FUNCTIES VAN DE LEERFUNCTIE WORDEN UITGEVOERD. INDIEN DEZE TESTS VERMELDEN DAT DE LEVERFUNCTIE VERMINDERD IS, MOET DE THERAPIE WORDEN INGETROKKEN.

FREQUENT (ENKELE ADVIES DAGELIJKS) PLATELET-TELLINGEN MOETEN WORDEN GEDAAN IN NEONATALE PATIËNTEN DIE PARENTERALE VOEDING MET INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) ONTVANGEN.

HET DRUGPRODUCT BEVAT NIET MEER DAN 25 MCG / L ALUMINIUM.

Carcinogenese, mutagenese, stoornissen in de vruchtbaarheid: er zijn geen studies met Intralipid® uitgevoerd om het carcinogeen potentieel, het mutageen potentieel of de effecten op de vruchtbaarheid te evalueren.

Zwangerschap Categorie C: reproductiestudies met dieren zijn niet uitgevoerd met Intralipid®. Het is ook niet bekend of Intralipid® schade aan de foetus kan veroorzaken bij toediening aan een zwangere vrouw of de reproductiecapaciteit kan beïnvloeden. Intralipid® mag alleen aan een zwangere vrouw worden gegeven als dit duidelijk nodig is.

Moeders die borstvoeding geven : Voorzichtigheid is geboden wanneer Intralipid® wordt toegediend aan een zogende vrouw.

Pediatrisch gebruik: Zie DOSERING EN TOEDIENING .

VOORKOM ABSOLUUT OVERDOSIS.

2. LEVENE MI, WIGGLESWORTH JS, DESAI R: PULMONALE VETACUMULATIE NA INTRALIPID®-INFUSIE IN DE PRETERM INFANT. LANCET 1980; 2 (8199): 815-8.

OVERDOSERING

IN HET GEVAL VAN VET OVERBELASTING TIJDENS DE THERAPIE, STOP DE INFUSIE VAN INTRALIPID® 10% TOTDAT VISUELE INSPECTIE VAN DE PLASMA, BEPALING VAN TRIGLYCERIDECONCENTRATIES OF METING VAN PLASMA LICHTVERTERINGSACTIVITEIT DOOR NEPHELOMETRY AANGEPAST DE LIPIDE IS GEWIST. HEROORDEL DE PATIËNT EN INSTITUUT PASSENDE CORRIGERENDE MAATREGELEN. ZIE WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN .

CONTRA

DE TOEDIENING VAN INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) IS VEROORZAAKT DOOR PATIËNTEN MET VERSTORINGEN VAN NORMAAL VET METABOLISEREN ZOALS PATHOLOGISCHE HYPERLIPEMIE, LIPOID NEPHROSE OF ACUTE PANCREATITIS INDIEN BIJ HYPERLIPIDEMIE VERGELEKEN.

KLINISCHE FARMACOLOGIE

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) WORDT GEMONTEERD EN GEBRUIKT ALS BRON VAN ENERGIE EN VEROORZAAKT EEN VERHOGING VAN DE WARMTEPRODUKTIE, VERMINDERING VAN HET ADEMHALINGSYSTEEM EN DE TOENEMING VAN ZUURSTOFVERBRUIK. DE GEÏNFUCEERDE VETDEELTJES ZIJN UIT DE BLOEDSTROOM GELOGEN OP EEN MANIER DAT VERGELIJKBAAR ZOU ZIJN MET HET UITWISSELEN VAN CHYLOMICRONEN.

INTRALIPID® 10% (10% iv-vetemulsie) ZAL DE BIOCHEMISCHE LESIES VAN ESSENTIËLE VEZELZUURLETSEL (EFAD) VOORKOMEN EN DE KLINISCHE MANIFESTATIES VAN HET EFADSYNDROOM CORRIGEREN.

PATIËNT INFORMATIE

Geen informatie verstrekt. Raadpleeg de secties WAARSCHUWINGEN en VOORZORGSMAATREGELEN .

Populaire Categorieën